Tussen 1866 en 1873 vinden op Walcheren grote infrastructurele werken plaats. Tegelijkertijd vindt de aanleg plaats van de spoorlijn van Roosendaal naar Vlissingen, over de Sloedam, en het Kanaal door Walcheren. Na een lange periode van plannen en onderhandelen komen met behulp van vele polderjongens deze werken tot stand.
Kanaal en spoorweg dragen bij aan een betere bereikbaarheid van Middelburg en Vlissingen. Door dichtslibbing dreigen de havens immers onbruikbaar te worden. De nieuwe werken moeten de welvaart bevorderen. Met de aanleg worden echter ook landschap en steden aangetast.
In het laatste kwart van de 19e eeuw vormt het kanaal een belangrijke ontsluiting voor Walcheren. Tegenwoordig zien velen dit echter nogal eens als een belemmering voor met name het autoverkeer.